De ogen van de ander
01-11-2009 @ 12:00 posted by Gerda C. Peppenster
‘De ogen van de ander’, Carien Brinkgreve
De sociale bronnen van zelfkennis.
Het denken over een Zelf als autonome eigenheid van de mens werd in vroegere tijden (denk aan Socrates/Plato) meer gezien als zelfkennis ten bate van de samenleving. Dat deed je door in de ‘spiegel’ van een ander te kijken.
De in de loop der tijden daaruit voortgekomen individualisatie heeft in het heden het beeld van een Zelf, een ìk als autonome entiteit kunnen grondvesten. Zelfkennis nύ is vanuit die ìk beleving gericht op persoonlijke groei en ontwikkeling.
Zowel sociologisch, filosofisch en psychologisch is een zoektocht gaande óf een autonoom zelf wel bestaat. Tegelijkertijd wordt de vraag opgeroepen of er dan een specifieke plaats aan te wijzen zou zijn waar dat zelf zetelt. Cristien Brinkgreve kijkt ernaar met een brede sociologische blik. Met “de ogen van de ander” beziet ze vanuit diverse disciplines de ontwikkeling van kennis over de positie en impact van het zelf. Wat is de wisselwerking met het beeld dat we van onszelf hebben en de ander buiten ons zelf?
Het boek geeft een mooi overzicht en is ingedeeld in 14 hoofdstukken en eindigt met een verantwoording en een lange literatuurlijst.
Via cognitie, spiritualiteit én meditatie zijn we op zoek naar het Zelf, we spreken ons zelf toe met zinnen als ‘dicht bij je zelf blijven’, ‘luisteren naar jezelf en ‘kiezen voor jezelf’. Met onze ratio geven we vorm aan onze zelfbepaling en met verandering van gedrag komen we uit bij een door het verstand voortgebracht Zelf. Een ‘dit ben ik en ik ben wie ik ben’!
De zelfhulpbranche verdient er een dikke boterham aan.
‘Geen zelf zonder anderen’ is het uitgangspunt van Carien Brinkgreve. Het Zelf is niet te zien als een vaststaande autonome kern maar is gevormd in de context van relaties met en door anderen. Het heeft geen vaste plaats en is niet tastbaar als een fysiek orgaan. Het is een individuele beleving, sociaal gevormd en ingebed naar de geest van de tijd. Zoals ‘een geweten’ geen fysiek orgaan is.
Opvallend is dat in het heden het Zelf als inspiratiebron wordt gezien waarbij anderen niet worden benoemd! Terwijl we tegelijkertijd er van uit gaan dat we een netwerk aan anderen nodig hebben om verder te komen. Er wordt kennelijk door onze ’zelven’ regelmatig naar verschillende belangen gekeken.
Vanuit de sociologie, psychologie, biologie, filosofie, literatuur‘, geschiedenis en antropologie laat de schrijfster zien hoezeer het zelf een product is van tijd en cultuur’.
In de roerige feministische periode keken we naar nurture en nature. Was het zelf van een vrouw ‘gemaakt’ of waren we dat al van ons zelf? Volgens de neuroloog Damasio heeft het zelf een neurobiologische basis alhoewel ook met die uitleg lang niet alles is te verklaren. De biografen onder ons vertellen verhalen. Waarbij vooral het eigen verhaal achteraf inkleuring krijgt door het selectieve dat eigen is aan de herinnering, zoals Elisabeth Loftus beschreef in ‘Graven in het geheugen’. Zo construeren we ook een Zelf dat past bij wie je bent op het moment. Het krijgt de kleur van je eigen sociale en culturele proces.
De filosofie van het existentialisme ging meer uit van ìk en de ander. Daarbij was de ander meer een belemmering die je vrijheid in de weg stond. In de psychologie wordt het ìk bekeken vanuit de thuisbasis, het gezin en de verwachtingen als vorming voor het Zelf. Sociologen kijken breder naar de omgeving, de maatschappij in een groter verband en de invloed daarvan op de vorming van een Zelf.
Ik had tijdens het lezen regelmatig het gevoel, ‘aha’ zo denk ik er ook over’ of ja, zo kun je er ook naar kijken. Carien Brinkgreve neemt geen expliciet standpunt in anders dan een zeer brede kijk. Niets is zeker! In de wetenschap ga je uit dat iets waar is totdat er significante feiten naar voren komen, waardoor de bestaande waarheid niet houdbaar meer is. Een anomalie.
‘De ogen van de ander’ is helder geschreven met een blik gericht op toen en nu vanuit verscheidene aan elkaar rakende disciplines. Waardoor goed naar voren komt dat het uitmaakt met welke ogen je in aanraking komt.
Gerda Peppenster
Meer boekrecensies lezen van Gerda? Klik hier
